Algemene Dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

Er zijn geen doelstellingen en activiteiten geformuleerd voor dit onderdeel met uitzondering voor het onderdeel overhead (bedrijfsvoering). We verwijzen voor de doelstellingen en activiteiten voor overhead/ bedrijfsvoering (taakveld 0.4) naar programma 0 Bestuur en Ondersteuning en de paragraaf 3.5 Bedrijfsvoering van deze jaarstukken.

In de tabel staan, per taakveld, de baten en lasten van dit onderdeel, het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten, de mutaties in de reserves en het gerealiseerde resultaat. Hierbij worden de baten weergegeven als + en de lasten als –. De onttrekkingen aan de reserves zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten (indien systeemreserves). De kosten van de overhead (taakveld 0.4) worden, conform de BBV, verantwoord op dit onderdeel.

Taakveld

Werkelijk 2024

Primitieve begroting 2025

Actuele begroting 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

0.10 Mutaties reserves

0

0

0

0

0

0.4 Overhead

893

95

258

505

247

0.5 Treasury

2.485

1.588

2.154

2.066

-88

0.61 OZB woningen

12.017

12.753

12.698

12.669

-29

0.62 OZB niet-woningen

9.597

10.560

10.923

10.580

-343

0.64 Belastingen overig

820

840

843

845

2

0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

159.746

160.522

171.671

172.564

893

0.8 Overige baten en lasten

126

95

305

470

165

Totaal baten

185.684

186.453

198.853

199.700

847

0.4 Overhead

-37.334

-38.627

-38.583

-36.245

2.338

0.5 Treasury

-593

-100

-174

-405

-231

0.61 OZB woningen

-733

-707

-679

-678

1

0.62 OZB niet-woningen

-

0

0

0

0

0.64 Belastingen overig

-261

-350

-219

-240

-21

0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds

0

0

-728

-0

728

0.8 Overige baten en lasten

101

-5

-50

-1.374

-1.324

0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)

-52

-74

-89

0

89

Totaal lasten

-38.873

-39.863

-40.521

-38.942

1.579

Totaalsaldo van baten en lasten

146.811

146.590

158.331

160.758

2.427

0.10 Mutaties reserves

200

3.843

6.708

9.048

2.340

0.4 Overhead

10.230

5.087

3.745

3.070

-675

Totaal onttrekkingen reserves

10.430

8.930

10.452

12.118

1.665

0.10 Mutaties reserves

-200

-3.843

-6.276

-8.616

-2.340

0.4 Overhead

-4.866

0

228

228

0

0.5 Treasury

0

0

-165

-165

0

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

0

0

-2.767

-2.767

0

Totaal stortingen reserves

-5.066

-3.843

-8.981

-11.321

-2.340

Geraamd resultaat programma 9 Algemene dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien

152.175

151.677

159.803

161.555

1.752

De belangrijkste financiële afwijkingen zijn in onderstaand overzicht weergegeven (zie gerealiseerd resultaat, kolom “Saldo 2025 uit bovenstaande tabel). De onttrekkingen aan de reserves zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Verschillen tussen taakvelden die per saldo budgettair neutraal zijn, zijn buiten deze verschillenanalyse gelaten.

Onderwerp / Taakveld

Overschot (+) / Tekort (-)
op budget

Voordeel / Nadeel

Belangrijkste verklaringen

Algemene uitkering

1,6

Voordeel

Via de decembercirculaire 2025 ontvingen wij aanvullende middelen in het gemeentefonds. Omdat wij de decembercirculaire later ontvingen dan het moment waarop wij de Najaarsnota opstelden, is bij de jaarrekening een voordeel van 1,2 ontstaan. Daarnaast is sprake van overige mutaties (0,4 mln.) o.a. afrekening voorgaande jaren en de compensatie voor prijsontwikkelingen.

Inhuur

0,8

Voordeel

De personele capaciteit ter uitvoering van de gemeentelijke taken bestaat primair uit beschikbare vaste formatie (het formatieplan). Op basis van het formatieplan worden de benodigde loonkosten geraamd in de begroting. Indien door omstandigheden geen vastte formatie beschikbaar is (of sprake is van specialistische werkzaamheden), wordt gebruik gemaakt van externe inhuur. Voor de bekostiging van deze inhuur wordt primair het niet-ingezette vaste formatie budget ingezet. Hierdoor zijn de budgetten voor de vaste formatie én inhuur in feite "communicerende vaten". Niet ingezet formatiebudget wordt op deze manier gebruikt voor de dekking van de kosten voor externe inhuur zodat wij de gemeentelijke taken kunnen blijven uitvoeren. Een deel van het beschikbare budget voor de geplande inhuur van extern personeel hebben wij in 2025 niet volledig ingezet waardoor op dit budget nu een voordeel is ontstaan.

Opleidingskosten

0,3

Voordeel

In 2025 is een deel van het beschikbare opleidingsbudget voor medewerkers niet ingezet

Softwarekosten

0,5

De kosten van software vielen in 2025 gunstiger uit, met name als gevolg van lagere kosten van een applicatie

Overige bedrijfsvoeringskosten

0,2

Voordeel

Op de overige bedrijfsvoeringsbudgetten zijn een aantal kleindere voordelen gerealiseerd, waaronder detacheringsbijdragen die niet waren voorzien.

Reserve weerstandsvermogen

0,0

Neutraal

De hoogte van de reserve weerstandsvermogen stemmen wij af op het actuele risicoprofiel zoals wij dit bij de jaarstukken hebben geactualiseerd. Hieruit volgt dat wij de reserve weerstandsvermogen in 2025 aanvullen met 0,4 mln. vanuit de algemene reserve. Wij verwijzen hiervoor naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van deze jaarstukken.

Belastingen

-0,4

Nadeel

Betreft minder opbrengsten ozb als gevolg van bezwaarschriften en oninbare aanslagen.

Treasury

-0,3

Nadeel

Betreft lagere dividendbaten Evides (-/- 0,1 mln). Daarnaast is sprake van een lagere doorbelasting van rentekosten naar de taakvelden in de programma's o.a. omdat wij minder baten op de uitgezette Svn leningen (-/- 0,2 mln). NB: Per saldo is de verdeling van de rente voor alle programma's budgettair neutraal.

Overige baten en lasten

-1,1

Nadeel

In de Najaarsnota 2025 is aangekondigd dat het kabinet werkt aan een wetsvoorstel met als doel dat per 1 januari 2028 ook de politieke ambtsdragers overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel (ihkv de Wet toekomst pensioenen). Dit betekent dat deze pensioenen ook worden ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en dat de opgebouwde voorziening voor de pensioenaanspraken in 2028 zal worden overgedragen van gemeenten aan het ABP. In de huidige voorziening wordt rekening gehouden met een omvang van 100% van de pensioenaanspraken. Bij het ABP wordt rekening gehouden met een hogere dekkingsgraad (ca. 122,2%). Het BBV verplicht gemeenten het nadelige effect hiervan nu reeds te verantwoorden (ca. -/- 1,3 mln.). Als deze dekkingsgraad op het moment van overdracht (nog) hoger is dan 122,2%, dan dienen gemeenten meer middelen over te dragen aan het ABP. Tegenover dit nadeel staan enkele voordelen (0,2 mln), o.a. door een vrijval middelen uit de voorziening voor mogelijke oninbaarheid van debiteuren.

Overig

0,2

Voordeel

Overige verschillen op dit programma onder de rapportagegrens van 250.000.

Totaal

1,8

Overschot op budget 2025

Uitsplitsing Algemene Dekkingsmiddelen

Onderstaand overzicht bevat de uitsplitsing van de algemene dekkingsmiddelen. Voor de verschillenanalyse tussen actuele begroting 2025 en werkelijk 2025 wordt verwezen naar bovenstaande tabel, waar de grootste afwijkingen zijn toegelicht. Onder de algemene dekkingsmiddelen behoren de inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald.

De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de lokale heffingen, de algemene uitkering, dividendinkomsten, het saldo van de financieringsfunctie (verschil tussen de aan taakvelden toegerekende rekenrente en de werkelijk betaalde rente over lang- en kortlopende leningen, ook wel renteresultaat genoemd) en eventuele overige algemene dekkingsmiddelen. De verdeling van de algemene dekkingsmiddelen is als volgt:

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Werkelijk 2024

Primitieve begroting 2025

Actuele begroting 2025

Werkelijk 2025

Saldo 2025

Lokale heffingen waarvan besteding niet gebonden is

22.605

24.335

24.647

24.250

-396

Algemene uitkering

159.746

160.522

171.671

172.564

893

Dividend

1.981

1.563

1.759

1.699

-60

Saldo financieringfunctie

-1

-5

291

-38

-329

Totaal

184.330

186.414

198.367

198.475

108

* Deze heffingen bestaan uit de (on)roerende zaakbelasting, toeristenbelasting, reclamebelasting en hondenbelasting

De algemene dekkingsmiddelen bestaan voor het grootste deel uit de algemene uitkering die wij via het gemeentefonds van het rijk ontvangen (87%). Daarnaast is het aandeel lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden ongeveer 12%. De overige componenten (dividend en saldo financieringsfunctie) vertegenwoordigt het restant (1%).

Voor de toelichting op de verschillen tussen begroting 2025 en werkelijk 2025 (saldo 2025)verwijzen wij naar de eerdere tabel in dit hoofdstuk waarin de (grote) afwijkingen tussen actuele begroting en werkelijk zijn toegelicht.

Overhead

De overheadkosten bestaan uit de kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Voorbeelden zijn de gemeentesecretaris en directie, HRM, informatievoorziening en automatisering, huisvesting, financiën etc.

Vennootschapsbelasting

Vanaf 2016 moeten gemeenten en andere overheden vennootschapsbelasting (vpb) betalen over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. Met name grondexploitaties behoren tot de ondernemerstaken en zijn daarmee in de aangifte Vpb betrokken.

De grondexploitaties zijn als één geheel beoordeeld waardoor compensatie tussen alle grondexploitaties mogelijk is. Deze situatie is per 2025 nog steeds van toepassing.

Voor wat betreft de ‘overige activiteiten’ (bijdragen in salariskosten voor uitgeleend personeel, bijdrage van het waterschap voor de openbare verlichting in het buitengebied, havengelden, marktgelden, pacht van agrarische gronden, huuropbrengsten) is er geen sprake van winststreven. De conclusie dat de gemeente voor deze overige activiteiten geen onderneming in fiscale zin vormt, kan dan ook gehandhaafd blijven.

Onvoorzien

De verplichte raming voor onvoorziene uitgaven is, conform de door de raad vastgestelde Financiele Verordening, in de begroting 2025 verwerkt. Hiervoor hebben wij in de primaire begroting 2025 een bedrag van (afgerond) 1 opgenomen. In 2025 zijn geen uitgaven ten laste van dit budget gebracht. 

Beleidsindicatoren

Onderstaande tabel geeft de beleidsindicatoren weer die betrekking hebben op dit programma. De gegevens komen hierbij vanuit “Waar staat je gemeente.nl”, met uitzondering van de gemeente specifieke indicatoren (formatie, bezetting, apparaatskosten, inhuur en overhead).

Indicatoren BBV

Jaar

Hoeksche Waard

Nederland

Gemeente weinig stedelijk

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden in €

2025

822

957

952

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden €

2025

947

1.050

1.037

Gemiddelde WOZ-waarde woningen x 1.000

2025

392

395

398

Formatie (fte per 1.000 inwoners)

2025

7,18

*

*

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

2025

6,74

*

*

Apparaatskosten (kosten per inwoner)

2025

861,3

*

*

Externe inhuur (% van totale loonkosten)

2025

23%

*

*

Overhead (% van de totale lasten)

2025

13%

*

*

* Geen gegevens opgenomen/bekend in "Waar staat je gemeente.nl"

Toelichting bij beleidsindicator “Externe inhuur” (% van totale loonkosten)

In bovenstaande tabel is opgenomen dat de externe inhuur als percentage van de totale loonsom (werkelijke salarislasten van vast personeel incl. de kosten van inhuur als gevolg van vacatures, vervanging bij ziekte en specialistische inhuur) over 2025 gelijk is aan 23%. In 2021 was dit percentage nog 29% en is afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd tot 21% in 2024. In 2025 is dit percentage weer iets gestegen, met name als gevolg van de ambities van de gemeenteraad, de krapte op de arbeidsmarkt en de verdere doorontwikkeling van onze organisatie waarvoor wij op onderdelen externe expertise hebben ingehuurd. Hierdoor is het gerealiseerde percentage boven de met de raad / Auditcommissie afgesproken norm voor 2025 van 20%.