Samenvattend beeld

Beleidsrapportage

Wij leggen per programma verantwoording af over het al dan niet bereiken van de maatschappelijke effecten, doelen en/of speerpunten uit de actuele programmabegroting. We rapporteren hierover door middel van een indicator en indien nodig geven wij een toelichting.

Gereed

Uitvoering loopt volgens planning en gestelde kaders

Uitvoering staat onder druk, kans op afwijkingen. Extra bewaking van de kaders en planning

Uitvoering wijkt in negatieve zin af van de planning en gestelde kaders. Maatregelen zijn vereist

We rapporteren in totaal over 73 doelen/speerpunten. Daarvan is 19% afgerond (groen vinkje), loopt 74% volgens planning (groen) en staat 7% van de uitvoering onder druk of wijkt in negatieve zin af (oranje).

Het beeld in deze jaarstukken laat ten opzichte van de Najaarsnota 2025 zien dat meer doelen afgerond zijn. In de Najaarsnota 2025 was 8% gereed (groen vinkje), 85% van de doelen en/of speerpunten op schema (groen) en stond 7% onder druk (oranje).

Totaal aantal doelen/speerpunten en verantwoording per programma:

Programma

Groen

Oranje

Rood

Gereed

Totaal

0 Bestuur en Ondersteuning

8

0

0

1

9

1 Veiligheid

0

0

0

9

9

2 Verkeer, Vervoer en Openbare Ruimte

7

0

0

0

7

3 Economie

14

1

0

0

15

4 Onderwijs

5

0

0

1

6

5 Cultuur, Sport en Recreatie

5

1

0

0

6

6 Sociaal Domein

5

1

0

1

7

7 Volksgezondheid en Milieu

6

0

0

1

7

8 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

4

2

0

1

7

Totaal

54

5

0

14

73

Financiële rapportage

Het jaarrekeningresultaat 2025 is 12,3 miljoen positief (in 2024: 11,5 miljoen positief). Bij de Najaarsnota 2025 hebben wij een verwacht jaarrekeningresultaat gepresenteerd van 3,1 miljoen (positief). Ten opzichte van het bijgestelde resultaat bij de Najaarsnota 2025 is sprake van een afwijking van 9,1 miljoen (positief). In onderstaande tabel is het gerealiseerde resultaat nader weergegeven.

Omschrijving

Rekening Saldo 2024

Prim. begroting 2025

Actuele begroting 2025

Rekening Saldo 2025

Verschil Saldo

Baten

284.053

254.859

286.623

287.051

428

Lasten

-276.870

-264.167

-281.775

-277.053

4.722

Saldo van baten en lasten A

7.183

-9.309

4.848

9.998

5.150

Onttrekkingen reserves

27.452

23.621

38.376

34.898

-3.478

Stortingen reserves

-23.109

-14.736

-40.084

-32.610

7.474

Totaal onttrekkingen aan / stortingen in reserves (B)

4.343

8.885

-1.708

2.288

3.996

Resultaat (A+B)

11.526

-423

3.140

12.286

9.146

De verschillenanalyses per programma tussen de actuele begroting 2025 (bij de Najaarsnota) en het werkelijke resultaat van 2025 staan in hoofdstuk 2 van deze jaarstukken. In onderstaande tabel is de samenvatting van de grootste verschillen opgenomen. Uit de verschillenanalyse blijkt dat de afwijking tussen het begrote resultaat bij de Najaarsnota en het werkelijke gerealiseerde resultaat over 2025 voornamelijk wordt veroorzaakt door een aantal grotere posten én enkele posten van incidentele aard. De belangrijkste (grootste) posten zijn hieronder samengevat:

Omschrijving posten

Programma/onderdeel

Bedrag

Voordelen/ Nadelen

Toelichting

Realisatiestimulans woningbouw

8. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

2,6

Voordeel

Met ingang van jaarrekening 2025 verantwoordden wij in de Sisa de nieuwe regeling realisatiestimulans, middels melding van het aantal woningen die al in 2025 vallen onder de strekking van deze regeling. De uitgangspunten hiervoor zijjn in 2026 bekend geworden. Het betreft woningen met een startbouw in de jaren 2025-2029 en uiterlijke oplevering in 2030, met het kenmerk sociale huur en betaalbaar. De woningen waarvoor al subsidies zijn verstrekt zijn uitgesloten van de realisatiestimulans. We ontvangen in principe een vergoeding (als voorschot) van 7.000 per woning. Voor 2025 gaat het voor onze gemeente om een verwachte opbrengst van 2.604.000.
Wij storten deze middelen in de nieuw te vormen reserve Realisatiefonds woningbouw. Wij verwijzen hiervoor naar het raadsvoorstel bij deze jaarstukken.
Hierbij moet worden rekening gehouden met het feit dat het door het Rijk beschikbare budget voor deze regeling een plafond kent van 1,5 miljard. Indien er meer beroep op deze regeling wordt gedaan dan zal het budget worden verdeeld over de gemeenten naar rato van het aantal betaalbare woningen dat voor deze specifieke uitkering in aanmerking komt. Pas in de loopt van 2030 dan wel 2031 is de impact van de realisatiestimulans inzichtelijk. Dit risico namen wij mee in de risicoinventarisatie in deze jaarrekening.

Gemeentefonds

Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien

1,6

Voordeel

Via de decembercirculaire 2025 ontvingen wij aanvullende middelen in het gemeentefonds. Omdat wij de decembercirculaire later ontvingen dan het moment waarop wij de Najaarsnota opstelden, is bij de jaarrekening een voordeel van 1,2 ontstaan. Daarnaast is sprake van overige mutaties (0,4 mln.) o.a. als gevolg van een afrekening over voorgaande jaren en een compensatie voor prijsontwikkelingen.

Jeugdhulp en subsidie Stichting Jeugdteams

6. Sociaal Domein

1,0

Voordeel

Op basis van de jaarstukken 2025 van de Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J), is voor onze gemeente sprake van een voordeel van 0,7 miljoen, waardoor de deelnemersbijdrage lager uitvalt Daarnaast is de reguliere subsidie aan Stichting Jeugdteams lager (0,3 mln). Stichting Jeugdteams heeft door omstandigheden minder in kunnen zetten van de toegekende middelen, waardoor er subsidie teruggevorderd gaat worden. Tot slot heeft Stichting Jeugdteams de subsidie in het kader van de versterking van de jeugdhulp naar voren (raadsbesluit december 2024) door omstandigheden niet geheel kunnen inzetten (0,7 mln) waardoor ook dit deel van deze subsidie zal worden teruggevorderd. Dekking van deze subsidie kwam uit de reserve tijdelijke beleidsimpulsen. De voorziene onttrekking uit deze reserve vervalt daardoor eveneens (-/- 0,7 mln), waardoor per saldo dit effect in de exploitatie neutraal is

Economie en Cultuur

3. Economie / 5. Sport, cultuur en recreatie

0,8

Voordeel

Diverse (kleinere) budgetonderschrijdingen in het kader van economie (0,4 mln) en cultuur (0,4 mln).

Inhuur

Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien

0,8

Voordeel

De personele capaciteit ter uitvoering van de gemeentelijke taken bestaat primair uit beschikbare vaste formatie (het formatieplan). Op basis van het formatieplan worden de benodigde loonkosten geraamd in de begroting. Indien door omstandigheden geen vastte formatie beschikbaar is (of sprake is van specialistische werkzaamheden), wordt gebruik gemaakt van externe inhuur. Voor de bekostiging van deze inhuur wordt primair het niet-ingezette vaste formatie budget ingezet. Hierdoor zijn de budgetten voor de vaste formatie én inhuur in feite "communicerende vaten". Niet ingezet formatiebudget wordt op deze manier gebruikt voor de dekking van de kosten voor externe inhuur zodat wij de gemeentelijke taken kunnen blijven uitvoeren. Een deel van het beschikbare budget voor de geplande inhuur van extern personeel hebben wij in 2025 niet volledig ingezet waardoor op dit budget nu een voordeel is ontstaan.

Wmo

6. Sociaal Domein

0,6

Voordeel

Binnen de Wmo zijn o.a. voordelen ontstaan op woonvoorzieningen (plaatsing aantal voorzieningen naar 2026), huishoudelijke hulp (door kritischer indiceren) en dagbesteding (meer gestuurd op voorliggende voorzieningen, eigen kracht en kritischer in toekenningen).

Onderhoudsbudgetten openbare ruimte

2. Verkeer, vervoer en openbare ruimte

0,3

Voordeel

Diverse (kleinere) voordelen op de (onderhouds)budgetten voor de openbare ruimte, waaronder hogere baten (o.a.) voor werkzaamheden die zijn gerealiseerd in opdracht van nutsbedrijven en voor het aansluiten van openbare verlichting.

Onderwijshuisvesting

4. Onderwijs

0,6

Voordeel

Vanwege o.a. een vleermuizenonderzoek is er vertraging opgetreden in de bouw voor Het Talent in Mookhoek. De nieuwbouw gaat nu in 2026 van start waardoor kosten, o.a. voor tijdelijke huisvesting, doorschuiven naar 2026 (zie voorstel voor bestemming resultaat). Daarnaast zijn de incidentele sloopkosten lager dan eerder voorzien.

Ruimte en Leefomgeving

8. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

0,5

Voordeel

Onder andere minder advies en onderzoekskosten.

Softwarekosten

Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien

0,5

Voordeel

De kosten van software vielen in 2025 gunstiger uit, met name als gevolg van lagere kosten van een applicatie

Opleidingskosten en overige bedrijfsvoeringskosten

Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien

0,5

Voordeel

Minder kosten voor opleidingen en voordelen op de overige bedrijfsvoeringsbudgetten

WSW en beschut werk

6. Sociaal Domein

0,4

Voordeel

Hogere loonkostensubsidies, extra omzet uit detacheringen en inkomensvoordelen vanuit de Belastingdienst

Overige voordelen

Alle programma's

1,3

Voordeel

Overige kleinere voordelen op de programma's.

Leges Omgevingsvergunningen

8. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

-0,6

Nadeel

Er zijn in 2025 minder aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de realisatie van woningbouwprojecten ontvangen dan aanvankelijk geprognotiseerd. Dit minder ontvangen aantal aanvragen vertegenwoordigt de omvang van de niet gerealiseerde legesinkomsten. We verwachten dat de aanvragen van deze projecten de komende jaren alsnog worden ingediend.

Overgang politieke ambtsdragers naar ABP en vrijval voorziening

Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien

-1,8

Nadeel

In de Najaarsnota 2025 is aangekondigd dat het kabinet werkt aan een wetsvoorstel met als doel dat per 1 januari 2028 ook de politieke ambtsdragers overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel (ihkv de Wet toekomst pensioenen). Dit betekent dat deze pensioenen ook worden ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en dat de opgebouwde voorziening voor de pensioenaanspraken in 2028 zal worden overgedragen van gemeenten aan het ABP. In de huidige voorziening wordt rekening gehouden met een omvang van 100% van de pensioenaanspraken. Bij het ABP wordt rekening gehouden met een hogere dekkingsgraad (ca. 122%). Het BBV verplicht gemeenten het nadelige effect hiervan nu reeds te verantwoorden. Als deze dekkingsgraad op het moment van overdracht (nog) hoger is dan 122%, dan dienen gemeenten meer middelen over te dragen aan het ABP.

Totaal

9,1

Jaarresultaat in perspectief

In 2025 is sprake van een positief jaarresultaat van 12,3 miljoen. De totale lasten in 2025 (inclusief stortingen in reserves) bedragen 310 miljoen. Als wij het jaarresultaat 2025 uitdrukken in een percentage van de totale lasten (inclusief reserves) dan resulteert dit in een percentage van 3,9% (2024: 3,84%).

Indien we de afwijking op de actuele begroting uitdrukken in een percentage van de totaal begrote lasten (inclusief reserves), dan resulteert dat in een percentage van 2,8%.

Zoals hierboven toegelicht is het jaarresultaat 2025, net als voorgaande jaren, positief beïnvloed door rijksmiddelen die wij tussentijds én óók nog in december (1,2 miljoen) nog van het Rijk ontvingen. De extra middelen die wij via de decembercirculaire ontvingen hebben wij, vanwege het tijdstip van publiceren, niet meer kunnen verwerken in de Najaarsnota 2025 die wij aan de raad hebben voorgelegd.

Daarnaast hebben wij in 2025 extra baten (2,6 miljoen) verantwoord die wij van het rijk ontvangen in verband met de realisatiestimulans voor woningbouw. Via de resultaatbestemming 2025 stellen wij voor om deze middelen te storten in een reserve Woningbouw, mobiliteit en energie (WME).

Verder heeft de opvang van Oekraïense ontheemden ook in 2025 geleid tot een gunstig financieel effect voor de gemeente van € 2,1 miljoen. (7,4 miljoen aan baten en 5,3 miljoenaan lasten (in 2024: 4,2 miljoen)). Dit is exclusief ambtelijke inzet. Tussentijds hebben wij de begroting hierop reeds bijgesteld waardoor de afwijking ten opzichte van de bijgestelde begroting bij de Najaarsnota, beperkt is gebleven. De rijksmiddelen die wij hiervoor ontvangen mogen wij van de toezichthouder (provincie) niet structureel opnemen in onze begroting.

De voordelen die op de middelen voor Oekraïne zijn gerealiseerd, waren óók afgelopen jaren van toepassing en voor een (groot) deel de oorzaak van de overschotten bij de jaarrekening (náást de gemeentefondsuitkering). Ook bij veel andere gemeenten zijn afgelopen jaren voordelen op de Rijksmiddelen Oekraïne gerealiseerd. Om die reden heeft het Rijk de normvergoeding de afgelopen jaren stapsgewijs steeds verder verlaagd. Voor 2025 gold een normvergoeding van 44,- per gerealiseerde opvangplek per dag, ongeacht de feitelijke bezetting. Het Rijk heeft aangekondigd de bekostigingssystematiek aan te willen passen in 2026 waarbij de vergoeding meer op daadwerkelijk gemaakte kosten gebaseerd zal worden dan afgelopen jaren het geval was. Dit betekent dat gerealiseerde voordelen van afgelopen jaren, waarschijnlijk verder verminderd zullen worden.

De VNG heeft eerder op grond van een landelijke analyse van de jaarrekeningresultaten van gemeenten geconcludeerd dat de jaaroverschotten bij gemeenten met name het gevolg zijn van incidentele factoren (incidentele rijksmiddelen). Gemeenten mogen zich om die reden niet "blindstaren" op de resultaten van de afgelopen jaren.

Weerstandsvermogen en ratio’s

Het weerstandsvermogen van onze gemeente is (zeer) goed. Wij zijn hiermee in staat om (incidentele) risico’s en/of tegenvallers op te vangen. Er is sprake van een zeer gunstige weerstandsratio (ratio: 10).

Het BBV heeft een aantal financiële indicatoren verplicht gesteld. Deze ratio’s zijn uitgewerkt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hiermee kunnen we (mede) de (financiële) gezondheid van onze gemeente monitoren. Uit deze deze jaarstukken blijkt dat alle financiele ratio’s voor onze gemeente gunstig zijn. Op alle ratio's scoren wij goed ('groen'). Voor een verdere toelichting op de ratio's verwijzen we naar paragraaf 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing van deze jaarstukken

Het belang om de (financiële) ratio’s te volgen blijft onverminderd van kracht o.a. als gevolg van de bezuinigingen die het rijk wil doorvoeren op het gemeentefonds vanaf 2028. Om die reden blijven wij de ontwikkeling van de financiele ratio's monitoren om hiermee vroegtijdig te kunnen bijsturen.

Reservepositie 

De totale omvang van de reserves per 31 december 2025 is € 225 miljoen (in 2024: 215 miljoen). De direct beïnvloedbare vrije ruimte zit in het vrije deel van de algemene reserve. Dat deel is vrij besteedbaar en bedraagt circa € 90 miljoen (exclusief reserve weerstandsvermogen en exclusief bestemming resultaat 2025). Indien rekening wordt gehouden met de voorgestelde resultaatbestemming 2025 (12,3 miljoen toe te voegen aan de Algememe Reserve; zie hoofdstuk 1.4 Bestemming resultaat), bedraagt het vrij besteedbare deel van de algemene reserve circa 102 miljoen.

Gemeentefonds en specifieke uitkeringen

In 2025 was de omvang van de middelen die wij vanuit het Rijk ontvingen vanuit het gemeentefonds 173 miljoen. De totale baten in 2025 (exclusief reserves) waren 284 miljoen. Dit betekent dat ongeveer 60% van onze totale baten in 2025 afkomstig waren vanuit de middelen die wij van het Rijk via het gemeentefonds (algemene uitkering) hebben ontvangen.

Náást de baten vanuit het gemeentefonds (algemene uitkering) hebben wij in 2025 baten ontvangen in de vorm van diverse specifieke uitkeringen (zogenoemde SPUKS) ter dekking van specifieke kosten. Verantwoording hiervan vindt plaats via de zogenoemde Sisa-regelingen (Sisa bijlage; zie hoofdstuk 4.12). In totaliteit leggen wij in deze jaarstukken verantwoording af over 40 Sisa regelingen. In 2025 vertegenwoordigden deze 40 regelingen een totaalbedrag van 32 miljoen aan lasten die vanuit deze regelingen zijn gedekt. Aan de verantwoording van deze regelingen zijn strikte verantwoordingsvereisten (én bijbehorende ambtelijke capaciteit) van toepassing. Het Rijk was eerder voornemens om vanaf 2026 het aantal specifieke uitkeringen fors te reduceren om hiermee de grote administratieve druk bij gemeenten terug te brengen. Tot op heden is het Rijk er nog niet in geslaagd het aantal SPUK-regelingen te reduceren waardoor de administartieve lasten voor gemeenten onverminderd hoog blijven.

Rechtmatigheid

In deze jaarstukken heeft het college de rechtmatigheidsverantwoording over 2025 opgenomen. De conclusie is dat het totaal van de netto geconstateerde financiële rechtmatigheidsafwijkingen binnen de vastgestelde verantwoordingsgrens van 5,5 miljoen (=2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves) blijft. Genoemde verantwoording is opgenomen in de jaarrekening hoofdstuk 4.1 Rechtmatigheidsverantwoording en de toelichting op deze verantwoording is opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 3.6).