Financiering

Algemeen

De financieringsparagraaf is een belangrijk hulpmiddel bij het sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de financieringsfunctie. De paragraaf is een uitwerking van de regelgeving in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Volgens deze wet is de financieringsfunctie van de gemeente alleen bedoeld voor het uitvoeren van de publieke taken. De verdere lokale regels liggen vast in het Treasurystatuut.

Beleidskader en verordeningen

  • Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido)
  • Besluit lening voorwaarden decentrale overheden
  • Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden
  • Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Wet Ruddo)
  • Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof)
  • Regeling schatkistbankieren decentrale overheden
  • Financiële verordening
  • Treasurystatuut

Rentevisie

Het rentepercentage voor leningen met een looptijd korter dan een jaar is op dit moment positief. Dit houdt in dat de gemeente rente betaalt voor het aangaan van kasgeldleningen. Voor langlopende geldleningen met een looptijd van 25 jaar is de rente 3,74%.

Dienstverlening BNG

Met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten hebben we een raamovereenkomst met geïntegreerde dienstverlening. Deze dienstverlening omvat:

  • Elektronisch betalingsverkeer via een rekening-courant;
  • kort-kredietarrangementen (daggeldverstrekking en –opname, kasgeldleningen en termijn deposito’s);
  • langlopende kredietverlening;
  • een online informatiedienst.

Schatkistbankieren

Schatkistbankieren verplicht decentrale overheden alle overtollige beschikbare middelen op hun bankrekeningen te beleggen bij het Rijk. Onder overtollige middelen verstaat het Rijk bedragen groter dan 2% van het begrotingstotaal (met een minimum van 1.000.000). Voor 2025 is dit bedrag voor gemeente Hoeksche Waard berekend op 5,6 miljoen.

Decentrale overheden nemen deel aan schatkistbankieren zodat de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk) een lagere EMU-schuld heeft. Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Dit leidt automatisch tot een lagere staatsschuld. Door het schatkistbankieren kunnen decentrale overheden ook hun beleggingsrisico’s verder verminderen. Deze situatie kan zich in onze gemeente overigens niet voordoen. In het Treasurystatuut is een verbod op risicovolle beleggingen en derivaten opgenomen.

Voor de uitvoering van het schatkistbankieren, is een SKB-werkrekening geopend bij de BNG . Overtollige gelden worden hier dagelijks naartoe afgeroomd. De BNG blijft ook de overige geldhandelingen verzorgen zoals betalingen en ontvangsten

Rentekostenverdeling

De rentekosten worden tegen 0,308% ten laste van het taakveld gebracht op basis van de boekwaarde van de vaste activa. Deze omslagrente berekenen we als volgt: we delen de rente die aan taakvelden toegerekend worden door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari. De omslagrente rekenen wij vervolgens toe aan de activa. Bij de jaarrekening bekijken we of het gehanteerde rentepercentage juist is. Uit onderstaande tabel blijkt dat het werkelijke renteresultaat nihil is. Dit betekent dat wij uitsluitend de werkelijke rentekosten hebben toegerekend.

Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.196

1.455

1.173

De externe rentebaten

505

25

367

Totaal door te rekenen externe rente

691

1.430

806

Rente doorberekend aan grondexploitatie

0

0

0

Rente projectfinanciering toegerekend aan taakveld

0

0

0

Saldo door te rekenen externe rente

691

1.430

806

Rente over eigen vermogen

0

0

0

Rente over voorzieningen

0

0

0

De aan taakvelden toe te rekenen rente

691

1.430

806

Boekwaarde investeringen per 1-1-2021

256.899

284.065

261.775

Berekend omslag%

0,269%

0,503%

0,308%

De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente

693

1.427

768

Renteresultaat op het taakveld treasury

2

-3

-38

Risicobeheer

Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico’s. In het Treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten opgenomen. Die vormen de basis voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet Fido normen voor het beperken van risico’s. Het belangrijkste risico in dit kader is het renterisico. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn belangrijke richtlijnen om het renterisico te beperken.

Kasgeldlimiet

Het kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s bij de vlottende schuld (schulden met een looptijd korter dan een jaar) te beheersen. De wettelijke toegestane omvang bedraagt 8,5% van de totale lasten van de begroting. De kasgeldlimiet per kwartaal is als volgt:

1e kw. 2025

2e kw. 2025

3e kw. 2025

4e kw. 2025

Primaire begroting per 1 januari 2023

278.903

278.903

278.903

278.903

Toegestane kasgeldlimiet

- in procenten van de grondslag

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

- in bedrag

23.707

23.707

23.707

23.707

Vlottende schuld (1)

Maand 1

43.088

101.910

108.189

54.437

Maand 2

43.088

101.910

108.189

54.437

Maand 3

43.088

101.910

108.189

54.437

Vlottende middelen (2)

Maand 1

50.410

83.042

67.235

36.004

Maand 2

50.410

83.042

67.235

36.004

Maand 3

50.410

83.042

67.235

36.004

Saldo (1-2)

Maand 1

-7.322

18.868

40.954

18.434

Maand 2

-7.322

18.868

40.954

18.434

Maand 3

-7.322

18.868

40.954

18.434

Gemiddeld saldo

-7.322

18.868

40.954

18.434

Kasgeldlimiet

23.707

23.707

23.707

23.707

Ruimte (+) / Overschrijding (-) kasgeldlimiet

31.029

4.839

-17.247

5.273

Renterisiconorm

De renterisiconorm beoogt een opbouw van de leningenportefeuille dusdanig dat het risico door renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering of renteherziening in aanmerking mag komen. De volgende tabel geeft de renterisiconorm voor 2025 weer.

Begroting 2025

Stand van de begroting per 1/1

278.903

Vastgestelde percentage

20,00%

Renterisiconorm

55.781

Renteherzieningen

0

Aflossingen

1.833

Renterisico

1.833

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

53.948

De tabel laat zien dat er geen sprake is van risico’s op het overschrijden van de renterisiconorm.

Uitgezette geldleningen

Onderstaand een overzicht van de uitgezette geldleningen per risicogroep.

Risicogroep

Restant schuld

1-1-2025

31-12-2025

SVn: duurzaamheidsleningen

9.206

7.067

SVn: blijversleningen

310

26

SVn: startersleningen

12.953

12.429

22.469

19.522

(Sport)verenigingen

1.235

1.178

Woningfinanciering eigen personeel

32

23

1.267

1.201

Totaal verstrekte geldleningen

23.736

20.723

Het saldo van de SVn leningen op 31 december 2025 is lager, omdat vanaf de jaarrekening 2025 de beschikbare middelen in de rekening-courant van SVn (3.837.637) worden gepresenteerd onder de balanspost uitzettingen korter dan een jaar.

Garanties

Onderstaand een overzicht van de verstrekte garanties per risicogroep.

Risicogroep

% garantstelling

Restant schuld waarborg gemeente

1-1-2025

31-12-2025

Woningcorporaties met garantie WSW

50%

199.266

247.398

Zorginstellingen met garantie WSW

50%

30.573

8.043

Woningcorporaties zonder garantie WSW

100%

2.733

2.326

Zorginstellingen zonder garantie WSW

100%

1.060

924

Wegschap Tunnel Dordtse Kil

8%

3.128

2.772

Regionale afvalstoffendienst B.V.

100%

11.122

10.187

Bres accommodaties

100%

865

779

Geldleningen particuliere woningen

100%

336

31

Diverse bedrijven en verenigingen

50%

0

368

Diverse bedrijven en verenigingen

60%

120

50

Diverse bedrijven en verenigingen

100%

32

14

Totaal verstrekte garanties

249.235

272.892

In de tabel zijn alle verstrekte garanties opgenomen. Op dit moment zijn er voor deze garantstellingen geen betalingsachterstanden.

Voor een aantal groepen is een gemeentegarantie verstrekt. De grootste groep betreft zogenaamde WSW-garantstellingen. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is actief als borgstellingsinstituut voor de sociale woningbouw. We hebben een achtervangovereenkomst met hen gesloten. Hierdoor kan het WSW goedkoper geld lenen. Op 1 mei 2024 trad een nieuwe achtervangovereenkomst tussen WSW en gemeenten in werking. Deze achtervangovereenkomst zorgt ervoor dat met ingang van 1 mei 2024 alle rechten en verplichtingen van gemeenten en van WSW ten aanzien van de achtervangpositie van gemeenten uitsluitend worden beheerst door deze achtervangovereenkomst. Als gevolg hiervan wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen de rechten en verplichtingen van gemeenten en WSW van vóór en vanaf 1 augustus 2021. De enige uitzondering hierop is de te hanteren verdeelsleutel voor gemeenten. Voor verstrekte gemeentegaranties voor de aankoop van een eigen woning ligt het risico vanaf 2010 volledig bij het Rijk. Omdat hypotheken over het algemeen een looptijd hebben van 30 jaar, lopen de laatste garantstellingen voor particulieren nog tot 2040 door.

Opgenomen geldleningen

Onderstaand een overzicht van het saldo van de bij de BNG afgesloten langlopende geldleningen.

Saldo geldleningen

1-1-2025

31-12-2025

Leningen

45.667

43.833

Rente en aflossing

Rekening 2025

Aflossing

1.833

Rente

961

Totaal

2.794

Ontwikkeling van de schuldpositie

Het wordt de laatste jaren steeds belangrijker om de ontwikkeling van de schuldpositie te volgen. We hebben daarom een aantal ratio’s uitgewerkt: debt ratio, netto schuld als percentage van de begroting en netto schuld als bedrag per inwoner.

Kritische norm

Rekening 2025

Debt ratio

80%

37%

Netto schuld / lasten begroting

100%

-3%

Netto schuld per inwoner

n.v.t.

-104

Debt ratio

De debt ratio drukt uit in hoeverre het totale bezit op de balans is belast met schulden. Een ratio van 60% wordt als veilig beschouwd. Als kritische grens hanteren we 80%. Ons percentage van 37% is ruim voldoende te noemen.

Netto schuld als percentage van de begroting

De netto schuld wordt uitgedrukt in een percentage van de begroting. De grondexploitaties laten we buiten beschouwing omdat hierin grote schommelingen optreden en we de rentelasten daarvan binnen de grondexploitaties (inclusief de getroffen voorzieningen) dekken. Een ratio van maximaal 70% wordt als veilig beschouwd. De kritische grens ligt bij 100%. Bij overschrijding van deze grens beoordelen we of we kunnen blijven investeren zonder hiervoor nieuwe financieringsmiddelen aan te moeten trekken. Het percentage van onze gemeente is -3%. Dit wil zeggen dat er geen sprake is van een netto schuld maar van een netto overschot aan financieringsmiddelen.

Netto schuld per inwoner

De netto schuld per inwoner is het resultaat van de boekwaarde van de vaste geldleningen gedeeld door het totaal aantal inwoners. Wij hebben een netto overschot per inwoner van 104.

Beleggingen in aandelen

Het gemeentelijk aandelenbezit bestaat uit aandelen van de BNG, Evides en Stedin. De dividenduitkeringen zijn een algemeen dekkingsmiddel.

Aandelenbezit

Nominale waarde

Dividenden 2025

Stedin

6.138

894

Stedin (cum. pref. aandelen)

4.080

122

Evides

3.389

297

BNG

357

386

Totaal

13.964

1.699

Gemiddeld rendement

12,17%

Debiteuren- en crediteurenbeheer

De wettelijke betalingstermijn is 30 dagen. De visie van een 100%-dienstverlenende gemeente is voor ons eerder aanleiding geweest om de termijnen waarop wij onze leveranciers betalen (verder) te verkorten. Wij streven ernaar om 95% van onze facturen binnen 14 dagen voldoen. Dit betreft een scherpe ambitie die wij onszelf hebben opgelegd. In 2025 hebben wij 85% van onze vorderingen betaald binnen 30 dagen en 60% binnen 14 dagen. De gemiddelde betaaltermijn lag hierbij op 17 dagen. Ten opzichte van 2024 hebben wij onze leveranciers iets minder snel betaald (95% binnen 30 dagen; 85% binnen 14 dagen; gemiddeld 12 dagen). Dit vloeit met name voort uit de ingebruikname van ons nieuwe financiele systeem per 1 januari 2025.

Desondanks betalen wij onze leveranciers nog steeds relatief snel/ Door middel van periodieke rapportages, controles op de werkvoorraden van facturen én vroegtijdige signaleringen bij afwijkingen, hebben wij continue aandacht voor onze factuurafhandeling zodat wij onze leveranciers snel kunnen (blijven) betalen.

Op het gebied van debiteurenbeheer zijn over 2025 geen bijzonderheden van toepassing. Openstaande vorderingen zijn periodiek gemonitord en waar uitbetaling uitbleef, zijn incassomaatregelen toegepast. Hierdoor was onze gemiddelde debeurensaldo relatief laag.

Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof)

De Wet Hof is vooral van invloed op het investeringstempo van de gemeente en de manier waarop er wordt omgegaan met reserves. De gemeente moet op basis van het kasstelsel binnen het toegestane EMU-saldo blijven. Bij overschrijding van de EMU-norm zijn in de wet geen maatregelen opgenomen. Op dit moment monitoren wij het EMU-saldo 2 keer per jaar. Aan de hand van de resultaten nemen we eventueel maatregelen op het gebied van investeringen. Het sanctiemechanisme van de minister van Financiën is vervangen door een correctiemechanisme. Als een meerjarige overschrijding van de vastgestelde norm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden dreigt, kan de minister het EMU-saldo van de decentrale overheden beheersen met behulp van het correctiemechanisme.

EMU-saldo

Het EMU- of vorderingensaldo is het financieringssaldo minus deelname in bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekking van een land dat lid is van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU). Het EMU-saldo is door de EMU ingevoerd om de eurolanden met elkaar te kunnen vergelijken.

In het Stabiliteits- en Groeipact is een reeks afspraken tussen landen van de EMU gemaakt om de financiële stabiliteit van de EU en de eurozone te waarborgen. Hierin is de grens aan het nationale begrotingstekort op 3% gesteld. De Europese afspraken vormen de basis van de Wet Hof. De wet bepaalt dat niet alleen het Rijk, maar ook de decentrale overheden zich aan de eisen moeten houden. Het aandeel van de decentrale overheden in de 3%-norm is 0,4%, waarvan weer 0,27% is toebedeeld aan de gemeenten.

In onderstaande tabel is het EMU-saldo van gemeente Hoeksche Waard berekend.

Omschrijving

Rekening 2025

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

9.998

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

10.103

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

4.088

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

27.081

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

0

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa:

Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

0

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

2.426

Baten bouwgrondexploitatie:

Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

825

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen

2.958

Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

0

Verkoop van effecten:

Gaat u effecten verkopen?

Zo ja wat is de verwachte boekwinst op de exploitatie?

0

Berekend EMU-saldo

-7.451

Het EMU-saldo kan gezien worden als een extra financieel kengetal naast de andere vijf verplichte financiële kengetallen zoals de solvabiliteit en de (netto) schuldquote. Het EMU-saldo heeft een vergelijkbare functie als het kasstroomoverzicht in het bedrijfsleven. Het negatieve EMU-saldo geeft aan dat we als gemeente op basis van 'reële transacties'' meer hebben uitgeven dan ontvangen. Het is echter wel van belang om het EMU-saldo in de juiste context te zien. Gemeenten maken voor hun boekhouding gebruik van het ‘gemodificeerde stelsel van baten en lasten’. Het EMU-saldo van één jaar zegt relatief weinig omdat de uitgaven voor investeringen bijvoorbeeld in één jaar leiden tot een uitgave, maar in de exploitatie via de kapitaallasten leiden tot meerjarige lasten. Of dat toevoegingen aan voorzieningen ten laste van het resultaat gaan, maar pas bij besteding van de voorziening leiden tot een uitgave.